Inhoudstafel Theorie Oefeningen Trefwoorden
  9. DE VEILIGHEIDSGORDEL
   
  9.1 Het omdoen van de gordel is verplicht
  1 / 3   >          Pagina oefenen  |  Hoofdstuk oefenen
 

9.1 Het omdoen van de gordel is verplicht

113

Al wie in een personenauto deelneemt aan het verkeer – chauffeur of passagier, voorin of achterin –moet altijd de veiligheidsgordel omdoen of beschermd zijn door een aangepast en goedgekeurd beveiligingssysteem, zoals een draagwieg of een kinderzitje.
 
 
 
 
 
Elk kind, jonger dan 18 jaar en kleiner dan 1m35, moet in een aangepast bevestigingssysteem vervoerd worden. In functie van het gewicht, de grootte en de leeftijd van het kind wordt bepaald welk bevestigingssysteem gebruikt moet worden: een babyzitje tegen de rijrichting in, een kinderzitje of een verhogingskussen.Elk bevestigingssysteem dat verkocht wordt, moet een ECE label dragen. Je kunt dit terugvinden op het etiket op het zitje (een cirkel met "E" gevolgd door een cijfer). Dit bewijst dat het zitje is goedgekeurd volgens de Europese Veiligheidsnorm.
 
Kinderen mogen op elke leeftijd vooraan zitten, op voorwaarde dat ze correct worden vastgeklikt. Elk kind, kleiner dan 1m35, moet verplicht in een aangepast bevestigingssysteem vervoerd worden. De plaatsen achterin zijn altijd veiliger. Maar als het onmogelijk is om je kind veilig vast te maken op de achterbank, is het beter je kind voorin correct vast te klikken in een aangepast bevestigingssysteem.      
 
 
 
 

  1 / 3   >          Pagina oefenen  |  Hoofdstuk oefenen
 
Feedback
 
Naam
e-mailadres
Beschrijving
Welke stappen leidden tot het probleem