Inhoudstafel Theorie Oefeningen Trefwoorden
  5. DE BESTUURDER
   
  5.5 Sturen
  1 / 1   >>          Pagina oefenen  |  Hoofdstuk oefenen
 

5.5 Sturen

85-86

1. positie van armen en benen 
 
            
  • Zet de rugleuning van de zetel zo recht mogelijk.
    Om de pedalen en het stuur zo vlot mogelijk te kunnen bedienen stel je de zitting zo in, dat je bovenbenen een hoek van 120° vormen met je onderbenen; hetzelfde voor de hoek van de bovenarmen met de onderarmen.
  • Hou je rug tegen de rugleuning van de zetel. Strek de armen: als je polsen boven op het stuur kunnen rusten, zit je in de ideale positie om te rijden.

2. positie van de handen
De beste houding is het stuur vastnemen met de beide handen. Als we het stuurwiel vergelijken met de wijzerplaat van een uurwerk, zitten de handen best op kwart voor drie (of: kwart over negen) ofwel wat hoger op tien voor twee (of: tien over tien). Leg de handpalmen tegen, de vingers rond en de duimen op (of rond) het stuur. 
 
 
 
 
 
 
 

         

  1 / 1   >>          Pagina oefenen  |  Hoofdstuk oefenen
 
Feedback
 
Naam
e-mailadres
Beschrijving
Welke stappen leidden tot het probleem